Linker buitenpaneel Aanbidding der Koningen

©Linker buitenpaneel van de Aanbidding der Koningen'', Jheronimus Bosch, ca. 1495. Afbeelding afkomstig van The Yorck Project van Wikimedia

Brabants Dagblad

 

 

Zelfportret Jeroen Bosch

Portret Jeroen Bosch ca. 1550

Onbedoelde smaad tegen grootste Bossche schilder ooit

Jeroen of Jheronimus Bosch. Alleen zijn naam roept bij mensen een beeld op. Denkt u aan een schilder, Bosschenaar? Terecht! Denkt u aan een ketter, gek of excentriekeling? Volledig onterecht!

Bosch’ leven

Jeroen van Aken wordt op 2 oktober 1453 geboren in Den Bosch. De naam Van Aken is waarschijnlijk afkomstig van de gelijknamige stad waar de familie vandaan komt. Jeroen komt uit een waar kunstenaarsgezin. Aangenomen wordt dat hij vooral in Den Bosch actief was. Dat is ook de stad waar hij in 1516 overlijdt, maar niet voor hij een aantal interessante kunstwerken heeft gemaakt die de gemoederen nog steeds bezighouden.

Zijn opa, vader en twee broers zijn allemaal schilder. Van Aken ondertekent zijn werken met Jheronimus Bosch, waarschijnlijk een verwijzing naar de stad waar Jeroen woonde en werkte. Bosch, zoals hij vanaf dat moment genoemt wordt, trouwt met Aleid van Meervenne. Deze welgestelde vrouw zorgt er met haar geld voor dat Bosch zich volledig op zijn schilderkunst kan richten. Het echtpaar krijgt geen kinderen.

Aleid van Meervenne werd geboren in 1447. Veel informatie over Van Meervenne is in 2001 naar buiten gekomen. Destijds werd het Archief van Den Bosch volledig doorgespit om zoveel mogelijk over het huwelijk van Aleid en Jeroen boven tafel te krijgen. “Aleid was telg van een oude familie die Van de Meervenne alias Brant heette. De dubbele naam is ontleend aan het feit dat Aleids overgrootvader Goijard trouwde met een Aleid, dochter van Henrick Brant. Het waren welgestelde families uit Oirschot en omgeving”, licht doctor Lucas van Dijck toe op zijn website.

Schilderen doet Bosch in een goedlopend atelier, waar hij werkt met zijn kunstzinnige familieleden en met verschillende leerlingen. Van veel van de werken van Bosch is inmiddels een schatting gemaakt van wanneer hij ze schilderde, maar precieze data van oplevering, opdrachtgevers en welk werk bij welke omschrijving hoort, is onduidelijk. Alleen is bekend dat Filips de Schone in 1504 Bosch betaalt voor een kunstwerk.

Filips de Schone leefde van 22 juni 1478 tot en met 25 september 1506. Ondanks zijn adellijke afkomst en zijn aanspraak op de troon, wordt hij door historici vaak gezien als overgangsprinsje. De Schone was getrouwd met Johanna van Castilië. Dit huwelijk legde de basis voor de betrekkingen tussen Nederland en Spanje, die later tot oorlog leiden.

Een belangrijk onderdeel van het leven van Bosch is het broederschap waar hij bij aangesloten is: het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Het is een kerkelijk genootschap uit Den Bosch. Jeroen treedt in 1486 toe en enkele jaren later staat hij in de boeken van het broederschap vermeld als een ‘notabel persoon’. Het zijn die boeken die op 9 augustus 1516 melding maken van het overlijden van 'Hiëronymus Aquen, alias Bosch, insignis pictor', wat Latijn is voor beroemd schilder.

Wapenboek 
Uitsnede van een pagina uit het wapenboek van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, Afbeelding via Wikimedia, afkomstig uit het orginele boek dat in handen is van het Brabants Historisch Informatie Centrum

Het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap werd in 1318 opgericht. Het broederschap eerde de heilige maagd Maria. De leden van het broederschap hadden hun eigen kapel in de Sint-Jan. Tot twee keer toe werd er een nieuwe kapel gebouwd door het broederschap, de laatste daarvan is nog steeds te bezichtigen; dat is de huidige sacramentskapel, naast het zijkoor. In 1486 wordt Jeroen Bosch lid. Een ander beroemd lid was Willem van Oranje.

Rechter buitenpaneel Aanbidding der Koningen

© Rechter buitenpaneel van de 'Aanbidding der Koningen', Jheronimus Bosch, ca. 1495. Afbeelding afkomstig van The Yorck Project van Wikimedia

Linker buitenpaneel Tuin der Lusten

© Achterkant linkerpaneel van 'Tuin der Lusten', Jheronimus Bosch, ca. 1480-1490, afbeelding via Wikimedia-uploader Blankfaze

Ketter

Wat overblijft, buiten het beperkte aantal feiten om, zijn de prenten, tekeningen en vooral schilderijen die Bosch de wereld heeft gegeven. Wonderlijke werken die vaak gevuld zijn met duivels en absurde verbeeldingen. Zijn verbeeldingskracht en de onderwerpen van zijn schilderijen leveren Bosch vele jaren na zijn dood de naam 'Duvelmakere' op. Een Gentse kroniekschrijver noemt hem zo in een verhaal over de kunstwerken van Bosch. Die bijnaam plakt nog steeds aan hem. Die bijnaam zorgt ervoor dat hij bekend staat als excentriekeling. Die bijnaam schildert hem af als ketter.

Een ketter in de tijd van Bosch was iemand die het niet eens was met de kerk. Dat kan zijn op het gebied van geloof, maar dat kan ook zijn op het gebied van de dagelijkse gang van zaken op bepaalde figuren die het geloof vertegenwoordigen. Als je dat vertaalt naar deze tijd, dan is het overgrote deel van de Nederlandse bevolking ketter. Toen Bosch nog leefde en de jaren na zijn dood waren de gevolgen groot geweest; gevangenneming, marteling of zelfs de brandstapel.
"Wat maakt het uit dat Bosch bekend staat als ketter?", vraagt journalist Henk Boom zich hardop af. "In mijn boek 'De bezeten visionair haal ik een Amerikaanse curator aan. Zij zegt: ‘Het gebeurt wel vaker dat schilderijen niet meer aan een kunstenaar worden toegeschreven of dat het werk door iemand anders blijkt te zijn gemaakt. Maakt dat het schilderij minder mooi? Is het werk minder indrukwekkend?' En daar heeft zij natuurlijk gelijk in. Hetzelfde geldt voor Bosch. Wat hij ook is of waar hij ook mee in verband wordt gebracht, hij blijft degene die schitterende schilderijen heeft gemaakt."

Hoe werd Bosch bekeken door tijdgenoten?

Dus waar komt het hardnekkige ketterse imago van Bosch dan vandaan? De oorsprong hiervan moet vaak gezocht worden tijdens het leven van een persoon. Daar start dus ook de zoektocht bij Bosch. Op de vraag hoe Bosch bekeken werd door zijn tijdsgenoten, heeft Daan van Heesch, doctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Leuven die zich richt op de fascinatie rond Bosch, een kort antwoord: "Daar is vrijwel niks over bekend. Je kunt er eindeloos over speculeren, maar er is geen duidelijk antwoord op te geven."

Van Heesch: "De eerste bronnen over hoe er naar de schilder en zijn werken werd gekeken, zijn van na zijn dood. Die zijn heel verhelderend, maar we komen tegelijkertijd geen stap dichter bij het achterhalen wie Bosch werkelijk was. Wat we wel kunnen inschatten, is voor wie hij werkte en in welke sociale lagen zijn werk geapprecieerd werd. Bosch kreeg opdrachten van 'top-adelen'. Bijvoorbeeld Filips de Schone van Spanje. Hij bestelt in 1504 een kunstwerk bij Bosch, omschreven als een ‘laatste oordeel’. Een andere opdrachtgever was Hendrik III van Nassau. Welke werken hij besteld heeft, is niet duidelijk, maar we weten dat hij de eigenaar was van de beroemde 'Tuin der Lusten'."

Om welk schilderij de bestelling van Filips de Schone gaat, is onbekend volgens Van Heesch. Het is zelfs mogelijk dat het enige schilderij waar documentatie van bekend is, niet meer bestaat. "Jarenlang werd gedacht dat het een kunstwerk was dat in Wenen in een museum hangt, maar daar zijn we nu niet zo zeker meer van. Het kan goed zijn dat het origineel verloren is gegaan." Het kunstwerk dat Van Heesch bedoelt, is de 'Triptiek van Het laatste oordeel'. Dat werk hangt in het Gemäldergalerie der Akademi der bildenden Künste in Wenen.

Middenpaneel Het Laatste OordeelMiddenpaneel 'Het Laatste Oordeel' zoals deze in Wenen hangt.
Hendrik III van Nassau was de oom van Willem van Oranje. Hij werd geboren op 12 januari 1483 en overleed op 14 september 1538. HendriK III ontving zijn titels van zijn kinderloze oom Engelbert II van Nassau, die hem alles heeft nagelaten, waaronder het paleis van Nassau op de Koudenberg in Brussel. Daar hingen later enkele werken van Jeroen Bosch.

De 'Tuin der Lusten' is een van de beroemdste werken van Jeroen Bosch. Het is ergens in de periode 1480-1490 geschilderd. Aangenomen wordt dat het origineel hangt in het Museo del Prado in Madrid.

Tuin der LustenTuin der Lusten
Rechter buitenpaneel Tuin der Lusten

© Achterkant rechterpaneel van 'Tuin der Lusten', Jheronimus Bosch, ca. 1480-1490, afbeelding via Wikimedia-uploader Blankfaze

Val der gedoemden uit Visioenen uit het Hiernamaals

© Val der Gedoemden uit 'Visioenen uit het hiernamaals', Jheronimus Bosch, ca. 1500-1504, afbeelding afkomstig uit Web Gallery of Art via Wikimedia

Verspreiden van het werk van Bosch

De werken van Bosch worden na zijn dood pas echt populair. Dat komt door de gravurekunst. Het maken van prenten was goedkoper. Massale productie zorgde ervoor dat het verspreiden van zijn werken eenvoudiger werd.

De prenten van Bosschenaar Alaert Du Hameel waren belangrijk in het uitdragen van het gedachtegoed van Bosch. Van Heesch vertelt over Du Hameel. "Dat was een tijds- en stadsgenoot van Bosch, die verschillende prenten heeft uitgebracht met daarop Bosschiaanse composities. Deze werden ondertekend met 'Bosch'. We denken dat dit een verwijzing is naar de stad van herkomst van de werken, en niet de schilder."

Na de dood van Bosch heeft Hiëronymus Cock zijn werken nóg verder verspreid door het eenvoudiger maken om gravuren en prenten te vermenigvuldigen. Daardoor nam de populariteit van de schilder toe. Hij werd bekend bij het grotere publiek en er kwam meer vraag naar zijn werken. "Rond de jaren dertig van de zestiende eeuw waren er nog maar weinig werken van Bosch in omloop", licht Van Heesch toe. "Zijn atelier was gesloten en hij heeft niet bijster veel werken nagelaten. Schilders als Mandijn, Huys en Bruegel sprongen in het gat dat de Bosschenaar achterliet en begonnen schilderijen te maken die geïnspireerd waren op zijn werk."

Van Heesch: "Cock heeft de kunst van het prentendrukken geprofessionaliseerd. Hij heeft verschillende afbeeldingen gemaakt die ondertekend zijn met 'Hiëronymus Bosch-Inventor'. Wat dit precies betekent weten we niet. Het kan zijn dat het werk is geïnspireerd op de kunst van Bosch, het kan ook een werk van zijn hand zijn dat in de afgelopen 500 jaar verloren is gegaan." Deze prenten hebben lang het beeld rond Bosch gestuurd.
Uitsnede Mandijn 
Uitsnede 'De Verzoeking van de Heilige Antonius' van Mandijn

Jan Mandijn werd in 1502 geboren in Haarlem. In de jaren ’30 van de 16e eeuw verhuisde hij naar Antwerpen. Daar stond hij al snel bekend als een schilder die zich gespecialiseerd had in het schilderen van droomachtige landschappen. Van alle werken die van hem bewaard zijn gebleven, is er slechts één gesigneerd door de kunstenaar. Dat schilderij is 'De verzoeking van de heilige Antonius' en wordt door Van Heesch omschreven. Dit werk geeft ook een voorbeeld van hoe navolgers ervoor hebben gezorgd dat Bosch bekend werd als ketter of excentriekeling.

"Iets links van het midden, onderaan het schilderij, zien we bijvoorbeeld een paard afgebeeld, met daarop een salamanderachtig wezen en een uil. De uil staat nu bekend als teken van wijsheid, maar in die tijd stond het dier voor het kwaad en de menselijke domheid. Op het paneel dat over het paard ligt, is een embleem te zien met een schorpioen erop. Dat was een bekend antisemitisch symbool. De duivel op het paard is van origine dus een Jood, volgens Mandijn." Navolgers gebruikten de stijl van Bosch, maar gebruikten hun eigen onderwerpen. Zo kan thematiek van navolgers in verband worden gebracht met Bosch. Al wil Van Heesch wel benadrukken dat ook de meester zelf in zijn werken kritisch was op de Joden.

De opmerking over de hoeveelheid werken die Bosch heeft nagelaten moet wat genuanceerd worden. Van alles wat Bosch gemaakt heeft, is inmiddels nog maar een klein deel over. Hoeveel Bosch gemaakt heeft is onduidelijk. Boom zegt daarover: "We weten niet hoeveel werken er verloren zijn gegaan en in welke periode. Tijdens de Beeldenstorm is veel kunst vernietigd, maar van Bosch kunnen ook werken zijn vergaan op zolders van kunsthandelaren of in privé-collecties." Het is dus gissen naar hoeveel Bosch heeft geschilderd, hoeveel er verloren is gegaan en hoeveel er in de jaren na zijn dood nog in omloop was.

Kopiëren en imiteren

Navolgers van Bosch waren gefascineerd door zijn duivels en begonnen zijn werk te kopiëren of als inspiratiebronte gebruiken. "Het is interessant om te melden dat rond het midden van de zestiende eeuw er veel kopieën zijn gemaakt van ‘De verzoeking van de Heilige Antonius'", verwijst Van Heesch naar een van de meest gekopieerde werken van Bosch. “Dat werk leende zich heel erg voor het overnemen van de duivels van Bosch omdat er allerhande vervormde demonen op afgebeeld staan. Soms werd bij het kopiëren -al dan niet bewust- de Heilige Antonius níet afgebeeld."

De duivels van Bosch waren nieuw in de schilderkunst. Zijn manier van kijken was uniek. Die uniciteit trok navolgers aan om de beelden van Bosch te reproduceren. De duivels werden pas ver na zijn dood een kenmerk van de Bosschenaar. Mensen begonnen zich daardoor vragen te stellen en Bosch een ketter te noemen.

Destijds werden deze geruchten al tegengesproken door onder andere José de Siguënza, een vroom katholiek die als bibliothecaris werkzaam was in het Escorial, het abdijcomplex van koning Filips II van Spanje. In een van zijn kronieken schrijft hij: 'De werken van Bosch zijn boeken van wijsheid die van grote artistieke waarde zijn. Andere kunstenaars beelden de mens uit zoals zij hem van buiten zien. Alleen Bosch heeft aangedurfd hem te schilderen zoals hij er innerlijk uitziet. Als er absurditeiten in het werk van Bosch te zien zijn, dan is dit te wijten aan onze onwetendheid en niet die van de schilder.'

De Hel uit Visioenen van het Hiernamaals

© De Hel uit 'Visioenen uit het hiernamaals', Jheronimus Bosch, ca. 1500-1504, afbeelding afkomstig uit Web Gallery of Art via Wikimedia

Het Aards Paradijs uit Visioenen uit het hiernamaals

© Het Aards Paradijs uit 'Visioenen uit het hiernamaals', Jheronimus Bosch, ca. 1500-1504, afbeelding afkomstig uit Web Gallery of Art via Wikimedia

Beeldvorming rond Bosch

Die twijfels over hoe gelovig Bosch was of hoe ketters hij was, spelen nu nog bij het grote publiek. Niet bij het merendeel van de kunsthistorici. Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg en historicus, verbaast zich daar niet over. "Grappig is dat. Hoe kan die man een ketter zijn geweest? Dan hangen je werken echt niet in de Sint-Jan en in de slaapkamer van belangrijke katholieke figuren als Filips de Schone. Als ketter was hij destijds niet zo ver gekomen."

Fragment uit De Hooiwagen 
De Paus, fragment uit De Hooiwagen

Bijsterveld: "Als bewijs halen mensen vaak aan dat hij in zijn werken kritiek had op de kerk. Voorbeelden daarvan zijn de paus en de dronken monnik het werk ‘De Hooiwagen’. Bosch was echter niet de enige die kritiek had op de kerk en het geloof, maar op dat vlak werd er veel geaccepteerd binnen de kerk. Bosch richtte zich trouwens niet op het geloof, maar op het wangedrag van kerkelijke figuren."

 Fragment uit De Hooiwagen
Een dronken monnik die zijn glas laat vullen door een non, fragment uit De Hooiwagen

De kritiek van Bosch op de kerk was specifiek. Dat blijkt onder andere uit een onderzoek van Bijsterveld. "Ik heb onderzoek gedaan naar de manier waarop in die tijd tegen pastoors werd aangekeken. In de toenmalige literatuur is er kritiek op hun onkunde en zedeloosheid. Maar in alle werken van Bosch ben ik maar één afbeelding van een pastoor tegengekomen en dat was een duivelse pastoor, een soort anti-pastoor."

"Bosch richtte zijn kritiek dus op de leiding van de kerk en op kloosterlingen van wie hij dacht dat ze een luizenleventje leidde. De pastoor die juist veel dichter bij het volk staat, bekritiseert hij totaal niet. Bosch richtte zich vooral op monniken en nonnen: die lagen in die tijd sowieso onder vuur vanwege hun veronderstelde liederlijke en luie leventje."

Van Heesch onderstreept de woorden van Bijsterveld. "Ik ben ervan overtuigd dat Bosch een vrome, orthodoxe man was, met een uitzonderlijke belevingswereld. Hij zat bij een kerkelijk genootschap, het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Zijn cliënteel was internationaal en stond hoog op de politieke ladder. Dat toont wel aan dat zijn reputatie al tijdens zijn leven tot ver buiten de landsgrenzen van de Nederlanden reikte.” Tijdens het leven van Bosch zag de landkaart er nog niet zo uit als nu. Een deel van Vlaanderen en Belgisch Brabant hoorde bij de ‘Nederlanden’.

Interpretatie van Bosch’ schilderijen

Bijsterveld en Van Heesch dragen redenen aan hoe het beeld van de ketterse Bosch vorm heeft gekregen. Dat komt allereerst door een gebrek aan informatie. "Veel van wat er nu bekend is, is de afgelopen decennia ontdekt, vooral door technisch onderzoek van de schilderijen", licht Bijsterveld toe. "Ook is er meer gekeken naar de maatschappelijke context, waardoor zo’n man veel beter te begrijpen is. Voor mensen is nu haast niet in te beelden wat er op zijn werken te zien is, maar voor de mensen toen was het zeker herkenbaar."

"Bosch schilderde over onderwerpen die in de toenmalige lees- en beeldcultuur veel werden aangehaald. Daarnaast was het wereldbeeld heel anders. Duivels en engelen staan nu ver van ons af, maar in de katholieke tijd van Bosch vormden die voor de meeste mensen een realiteit."

Van Heesch gaat mee in de uitleg dat interpreteren moeilijk is omdat we ons de samenleving van toen niet kunnen voorstellen. Hij voegt er wel aan toe dat vlak na de dood van Bosch er al problemen waren met het begrijpen van zijn kunst. "In 1517 maakt Antonio de Beatis een reis door Europa en houdt daar een verslag van bij. Tijdens een bezoek aan Brussel ziet hij het voor hem onverklaarbare werk 'De Tuin der Lusten'. Slechts één jaar na de dood van Bosch had een toeschouwer van een van zijn beroemdste drieluiken geen flauw idee waar hij nu precies naar keek. Hij kon de thema’s niet achterhalen. Dat wil niet zeggen dat niemand dat kon."

Antonio de Beatis was secretaris van kardinaal Luigi d’Aragon. In 1517 en 1518 reisde hij en de kardinaal door Europa. De secretaris documenteerde de reis en de opvallende voorwerpen of paleizen die zijn zagen. Zijn reisverhaal is halverwege de vorige eeuw uitgebracht en sindsdien zijn er meerdere versies op de markt gekomen.
Van Heesch vertelt over het proefschrift van kunsthistoricus Paul Vandenbroeck over de thematiek van de 'Tuin der Lusten': "Volgens hem is het een verbeelding van de Venusberg. Een paradijselijk oord waar mensen naartoe zouden kunnen om te genieten van ongebreideld zinnelijk genot. Daar moeten zij blijven tot het laatste oordeel, waarna zij gelijk naar de hel worden gestuurd. Dit verhaal was een volksmythe die veel werd verteld in de Duitse en Nederlandse letterkunde." Ieder land en iedere gemeenschap heeft zijn eigen mythen en die zijn niet voor iedereen buiten die grenzen bekend, zoals voor een reiziger uit Italië.

Opstijging naar de Hemel uit Visioenen uit het hiernamaals

© Opstijging naar de Hemel uit 'Visioenen uit het hiernamaals', Jheronimus Bosch, ca. 1500-1504, afbeelding afkomstig uit Web Gallery of Art via Wikimedia

Buitenkant Kruisdraging

© Voorkant van 'Kruisdraging', Jheronimus Bosch, ca. 1500, Onbekende bron via Wikimedia

Hij was geen ketter en we denken het toch

Volgens Bijsterveld is het heel normaal dat de kennis van de mensen op straat achterloopt bij wat wetenschappers allang weten. "De nieuwe kennis is als eerste bij historici bekend. Daarna komt die pas terecht bij het publiek en zelfs dat is geen garantie dat die nieuwe inzichten wijdverspreid worden."

Bijsterveld: "Dat komt omdat de nieuwe beelden vaak genuanceerd zijn met veel mitsen en maren. Die zijn niet zo zwart-wit als wat de mensen al weten en waaraan ze gewend zijn. Zij moeten moeite doen om de nieuwe informatie echt te snappen. Pas als veel mensen daarmee kennismaken, verandert het beeld geleidelijk."

"Een bijkomend probleem is dat het bestaande beeld veel smeuïger is dan wat we nu leren. Een gewone man is niet spannend, een ketterse bedenker van duivels wel. Maar het komende Bosch-jaar draagt er zeker aan bij dat veel mensen hun beeld zal bijstellen. Het is goed mogelijk dat er over vijftig jaar heel anders naar Bosch gekeken wordt, omdat de nieuwe kennis dan langzaamaan geaccepteerd is."

Geen ketter? Dan wel gek, of verslaafd!

Naast dat Bosch een ketter zou zijn, bestaan er ook theorieën dat Bosch geestesziek was of verslaafd aan drugs. Ook die zijn worden door Van Heesch van de hand gewezen. "Als je een psychotische excentriekeling bent dan kun je niet zo hoog staan in de maatschappij en op zo’n hoog niveau functioneren. Er zijn ook nog auteurs die het monster van Bosch verklaren uit drugs- en drankgebruik, bijvoorbeeld door het eten van vergiftigd graan. Dat veroorzaakt hallucinaties. Die schrijvers proberen de geschiedenis naar hun hand te zetten en feiten te zoeken die bij hun opvattingen passen, maar harde feiten ontbreken gewoon."

"Het beeld van Bosch wordt ook gestuurd door de romantisering van kunstenaars; een teruggetrokken bohemien die zijn fantasie de loop laat gaan en rare dingen doet, zoals mensen ook van Van Gogh denken. Auteurs willen er vaak niet aan dat Bosch een normale man was met een goedelopende zaak. Onder veel kunsthistorici worden deze auteurs al niet meer serieus genomen, maar hun boeken zijn nog te koop en daarom denken mensen dat de informatie nog klopt."

Binnenkant Kruisdraging

© Achterkant van 'Kruisdraging', Jheronimus Bosch, ca. 1500, Onbekende bron via Wikimedia

Linker buitenpaneel Het Laatste Oordeel uit Wenen

© Buitenkant linkerpaneel van 'Het laatste Oordeel' uit Wenen, Jheronimus Bosch, ca. 1476-1516, Koldeweij, A.M., P. Vandenbroeck en B. Vermet (2001) Jheronimus Bosch. Alle schilderijen en tekeningen, Rotterdam: NAi Uitgevers, Gent/Amsterdam: Ludion, via Wikimedia

Literatuur 20e eeuw

Ondanks het vroege verzet tegen de gedachte dat Bosch een ongelovige of een ketter was, heerst het beeld nog steeds. Een basis daarvoor is volgens Van Heesch te vinden in de literatuur van de 20e eeuw. De Duitse onderzoeker Wilhelm Fraenger omschrijft in zijn boek ‘Het Duizendjarige Rijk’ Bosch als een ketterse figuur. Dit boek heeft veel invloed gehad op de beeldvorming rond Bosch in de vorige eeuw. "Ik was laatst bij het musuem Palazzo Grimani in Venetië en dat boek wordt daar nog steeds verkocht als introductie in de wereld van Jeroen Bosch. Daarmee houd je het beeld wel in stand."

Journalist Henk Boom wil wel een aantal kanttekeningen maken bij Fraenger en zijn boek. "In mijn ogen is die man onterecht neergesabeld. Hij heeft een aantal ‘kijkfouten’ gemaakt en zich daarop gebaseerd. Het is niet zo vreemd dat hij niet alles perfect gezien heeft. Hij moest werken met zwart-witfoto’s van schilderijen die hij nooit zelf heeft mogen aanschouwen. Ik heb een app van het Prado in Madrid. Op mijn iPad kan ik onbeperkt in blijven zoomen en kijken naar werken. Fraenger had die luxe niet en het is niet vreemd dat hij dus niet alles perfect heeft gezien." Daarbij wil Boom benadrukken dat geen vrijwel geen enkele onderzoeker van Bosch zijn naam heeft weten te verbinden met drie wetenschappelijke instituten. Fraenger was een vermaard wetenschapper in zijn tijd.

Fraenger was niet de enige schrijver die zich op de mysterieuze Bosschenaar stortte. Van Heesch noemt er een paar, waarvan Fraenger wel de meest genoemde is. "Fraenger schildert Bosch in zijn boek af als lid van een sekte. Volgens de onderzoeker was hij lid van de Adamieten, een groep mensen die terugwilden naar een oerstand van de tijd van Adam en Eva. Daar komt ook de naam Adamieten vandaan. Volgens Fraenger was het werk de 'Tuin der Lusten' een kunstwerk dat op het altaar stond binnen die sekte. Daarom staan er ook zoveel naaktlopers op het doek, was de uitleg. Deze theorie is allang achterhaald. De Adamieten hebben werkelijk bestaan en zij streefden ook naar een wereld zoals Fraenger die omschrijft, maar de laatste keer dat zij vernoemd werden, was een eeuw voor het leven van Bosch en die vermelding kwam vanuit de Bohemen."

Bijsterveld vindt het niet vreemd Bosch als ketter werd omschreven door auteurs. Het beeld van historische figuren wisselt met de tijd. Historici uit verschillende perioden stellen altijd de vragen van hun eigen tijd. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zochten we met name naar tegendraadse stemmen in de geschiedenis. Daarbij kwamen we in de (kunst)geschiedenis vaak uit bij Jeroen Bosch. Hij werd gezien als vertegenwoordiger van de volkscultuur en de volkse onderstroom. Iedere nieuwe generatie onderzoekt de onderwerpen die dicht bij hun belevingswereld liggen."

 Fragment uit De Hooiwagen
Een van de zwarte personen die staat afgebeeld op de 'Tuin der Lusten'.

"Op een onschuldige manier zullen mijn generatiegenoten en ik ons daar ook schuldig aan maken”, analyseert Bijsterveld. “Niet zo lang geleden kreeg ik al te horen dat er een vraag werd gesteld over de zwarte mensen die in de 'Tuin der Lusten' zijn afgebeeld. Wat doen zij daar en wat is hun rol in het kunstwerk? Dat is een thema dat nu belangrijk is voor de samenleving."

Zijn kunst was fantastisch, dus de schilder ook

Van Heesch en Bijsterveld halen nog een laatste reden aan waarom ons beeld van Bosch zo vervormd is. Bijsterveld: "Hij was beslist een genie omdat hij nieuwe vormen vond om zijn boodschap te verbeelden en nieuwe onderwerpen koos voor zijn werken. We vergeten alleen dat hij een ambachtsman was die met zijn atelier werkte voor de stedelingen, vooral gegoede burgers en geestelijken."

"In zo’n atelier werkten in de eerste plaats ambachtslieden, die zichzelf helemaal niet zagen als kunstenaars", legt Bijsterveld uit. "De scheidslijn tussen gewoon paneel- en huisschilder of kunstschilder was dun. Hij schilderde die duivels zeker niet alleen, maar met de hulp van assistenten en leerlingen." Van Heesch sluit zich daarbij aan. "Al die auteurs gingen er vanuit dat als de beeldende kracht van Bosch zo fantasierijk is, dan moet de schilder zelf ook heel bijzonder zijn. Ik ben ervan overtuigd dat Bosch een hele normale man was, maar wel met een hele sterke artistieke visie. Hij was een vakman, van hoge stand, had een goedlopend atelier en was lid van een broederschap."

Het atelier van Bosch produceerde niet alleen kunst. Daar vertelt Bijsterveld het volgende verhaal over: "Vijftien jaar geleden heeft Jos Koldeweij een tentoonstelling ingericht waarbij hij zich niet alleen richtte op de zogenaamde kunstwerken van Bosch, maar ook liet zien dat zijn atelier meer praktische zaken produceerde, zoals uithangborden en versieringen. Mensen hadden destijds kritiek op die tentoonstelling, omdat ze die voorwerpen geen kunst vonden en afbreuk vonden doen aan de status van Bosch als artistiek genie. Maar dan vergeten we dat Bosch zijn werken niet in de eerste plaats als autonome kunst maakte, maar vooral om een religieuze boodschap door te geven. Wel werd Bosch zijn eigen tijd al zeer gewaardeerd: als ambachtsman drong hij door tot de elite van Den Bosch."

Niet alleen auteurs maken zich volgens Van Heesch schuldig aan het sturen van dat beeld, hij wijst ook naar het Bosch Art Centre. "In de kelder hebben ze een atelier van Bosch gereconstrueerd. We hebben geen beelden van hoe het er toen uitzag, dus het is interpretatie. Daar zie je op een bureau bijvoorbeeld ook een schedel staan. Ze maken er een soort romantisch Efteling-achtige ruimte van."

Valt het tij nog te keren? Is het nog mogelijk om het beeld van Bosch te veranderen. Communicatieadviseur en voormalig spindoctor Sherlo Esajas twijfelt, maar legt wel uit hoe hij het zou aanpakken. "Hij staat al bijna vijfhonderd jaar bekend als ketter. Het is mogelijk om dat te veranderen, maar dat gaat wel tijd kosten. Het beeld dat iemand heeft van een persoon is heel persoonlijk. Het wordt gevormd door ervaringen, gevoelens en wat iemand ziet en hoort over die persoon. Feiten zijn daarbij niet altijd cruciaal, zolang iets maar geloofwaardig is. Ik zou kunnen proberen om John de Mol het imago van een arme sloeber op te spelden, maar dat gaat niet lukken omdat het ongeloofwaardig is en het beeld staat te ver van de feiten."

Er moet een aanknopingspunt zijn om het nieuwe beeld, of frame, aan op te hangen. "Anders blijft het niet plakken bij de mensen. Ik zou als adviseur van Bosch voorstellen om niet meer in te gaan op de ketterdiscussie en het zoveel mogelijk te negeren. Je moet niet meegaan in het bestaande beeld. Je moet er een positiever en beter imago overheen plakken. In het geval van Bosch zou ik volledig inzetten op hoe een geweldige schilder hij was en wat hij betekend heeft voor de schilderkunst en Den Bosch. Door dat steeds maar weer te benadrukken en andere theorie en frames te negeren, is het mogelijk om op termijn het beeld van Jeroen Bosch te veranderen."

Het nieuwe beeld moet passen bij de persoon. Het moet geloofwaardig zijn. Zo ontstaan ook de beelden die we hebben van politici. Een verkeerde beslissing van een politicus wordt vaak gebruikt om een beeld van die persoon te schetsen als onbetrouwbaar of onkundig, terwijl het goed kan zijn dat hij slechts een enkele fout begaat, die uitgelicht wordt. Esajas schetst aan de hand van Bosch hoe dat werkt. “Stel dat Bosch één keer naar een ketterse bijeenkomst gaat. Hij wil namelijk meer te weten komen over hoe zij denken en wat zij doen. Dan is hij nog geen ketter, maar dat kan wel een aanknopingspunt zijn om hem zo weg te zetten. Het zou goed kunnen dat dat beeld ook blijft plakken, omdat er een kern van waarheid in zit en omdat mensen geloven dat het bij hem zou kunnen passen.”

Esajas vertelt ook over een Amerikaanse neurolinguist, George Lakoff. “Hij heeft een boek geschreven genaamd ‘Don’t think of an Elephant’. Daarin legt hij uit dat als je het frame blijft benoemen, het juist sterker blijft hangen. Als ik nu tegen jou zeg, ‘Denk niet aan een olifant’, dan is het eerste waar je aan denkt een olifant. Het woord is verbonden met een beeld in je hoofd en door het noemen van het woord olifant, wordt in de hersenen de informatie en het beeld van een olifant gezocht.”

Rechter buitenpaneel Het Laatste Oordeel uit Wenen

© Buitenkant rechterpaneel van 'Het laatste Oordeel' uit Wenen, Jheronimus Bosch, ca. 1476-1516, Koldeweij, A.M., P. Vandenbroeck en B. Vermet (2001) Jheronimus Bosch. Alle schilderijen en tekeningen, Rotterdam: NAi Uitgevers, Gent/Amsterdam: Ludion, via Wikimedia

Bronnen

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van:

Daan van Heesch is een Belgische doctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Leuven. Afgelopen jaar is hij begonnen met zijn onderzoek naar de fascinatie voor de werken van Bosch. Tijdens het werken aan zijn masterthesis kwam hij in aanraking met Jeroen Bosch en het onderwerp fascineerde hem zeer. Hij greep daarom de kans om zich dieper te kunnen verdiepen in de grootmeester met beide handen aan.

Arnoud-Jan Bijsterveld is hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg (UvT). Vanuit zijn positie heeft hij zich door de jaren heen bezig gehouden met onderzoek naar veel onderwerpen die te maken hebben met de ontwikkeling van de cultuur en maatschappij van Noord-Brabant.

Henk Boom is de schrijver van het boek 'De bezeten visionair'. Boom analyseert in zijn boek alle theorieën die rond Bosch en zijn werken zijn geformuleerd en probeert een bloemlezing te geven van wat experts over de kunstenaar te zeggen hebben.

Sherlo Esajas werd nationaal bekend als spindoctor van de PvdA. Hij werkte nauw samen met Diederik Samsom om het beeld van de partij in de media te veranderen. Tegenwoordig is hij communicatieadviseur met een eigen bedrijf.

Alle afbeeldingen zijn afkomstig van Wikimedia. Waar noodzakelijk zijn de bronnen vermeld onder de afbeeldingen. Alle uitsnedes zijn afkomstig uit afbeeldingen van de complete werken van Bosch, die ook in zijn geheel op Wikimedia te zien zijn. Ook de complete werken die bijgevoegd zijn, zijn afkomstig van de online afbeeldingen databank.

Thijmen Alleman is journalist en deed voor het Brabants Dagblad onderzoek naar de achtergronden van Jeroen Bosch.

Copyright © 2016 De PersgroepBrabants Dagblad